Lichaamsvreemd - openingsfragment

 

 

Van de nieuwe epidemie hoorde ik voor het eerst op vakantie. Grote zorgen maakte ik mij niet. Besmettelijke ziekten zijn maar zelden levensbedreigend. Uiteraard zijn er op die regel uitzonderingen, zoals miltvuur, ebola en de pest, maar ook die boosdoeners had de mensheid onder controle gekregen. Het onderzoeksbureau waarvoor ik werkte had faam verworven met studies over de maatschappelijke aanpak van gezondheidsrisico's. Professioneel gezien was een epidemie die onze richting uitkwam goed nieuws. Althans, zo zag ik het. Mijn onderzoekswerk had mij de jongste tijd veel waardering opgeleverd. Wat ik produceerde had de naam origineel te zijn, verfrissend en onderbouwd. Ik haalde mijn deadlines altijd. Om de balans te bewaren laste ik nu en dan een break in. Deze keer koos ik voor een verrassingsreisje. Een cadeautje voor Yolande. Ik mocht haar niet verwaarlozen. Zij was de sleutel geweest, zij had me hogerop geduwd.

 

Op vakantie bekommerde Yolande zich niet om tint, blush of oogschaduw. Ze liet haar haren los. Ze had geen opmaak nodig om te schitteren. Het volstond haar silhouet te zien achter de reling van de ferry, in de check-in lounge, of in een wit rokje op de promenade. De achtergrond maakte de foto compleet. Klasse vroeg om klasse.

Deze trip was een goed idee geweest, wittebroodsdagen revisited, in het zilte zweet van onze bungalow, in het water, in een dobberboot, op een deken in de nachtelijke duinen, met boven ons de kalme maan, het ruisen om ons heen, Yolandes blik doorwoeld van het gevrij.

Alleen de tennismatch vormde een valse noot. In het resort waar we verbleven, verwachtte je dat ze de tennisvelden dagelijks zouden besproeien. De rode gravel lag er echter kurkdroog bij. Toen ik bij een gekruiste bal van Yolande een sprintje trok bleef een poederwolk hangen. Ik kwam te laat om de bal te halen. Het zette mijn traagheid in de verf. Ik vond het niet erg. Het was haar moment, niet het mijne. Op de tennisbaan etaleerde ze zelfbeheersing, lange benen en gracieuze sportiviteit. Zonder inspanning retourneerde ze mijn opslag en plaatste de bal buiten mijn bereik. Voortdurend checkte ze de bespanning van haar raket. Ik ging ervan uit dat ze genoot van de aandacht die haar van achter de zijlijn te beurt viel. Er stonden meer toeschouwers dan op de andere velden.

Ze scheen me niet gehoord te hebben toen ik een tweede set voorstelde. Ze gooide me een boogballetje toe. Ik sloeg het met veel wind in het net. De volgende ballen waren naar mijn gevoel te kort ingespeeld of te diep. Ze treuzelde steeds langer bij haar opslag. Dit was geen wedstrijd meer. De bal ging heen en weer zonder dat de score werd bijgehouden. Speelden we alleen nog om de tijd vol te maken? Het was voor haar dat ik die tennisbaan had gereserveerd. Ik kende haar immers. Zalig nietsdoen vond ze prima voor een dag of twee maar daarna verwachtte ze een programma. Een programma hield er de tonus in. Het leverde bovendien het beeldmateriaal op dat nadien met iedereen kon gedeeld worden. Ze keek me dankbaar aan wanneer ik iets aankondigde, een cocktail happy hour of een begeleide excursie. Maar toen ik die ochtend het woordje tennis liet vallen had ze alleen geknikt.

Ik ging een bal zoeken die ik over de omheining had gekatapulteerd. Een aantal mensen hield de blik op het reuzegrote entertainment- scherm gericht waarop door de benedenband een boodschap liep: SAD TO BECOME A PANDEMIC? - BREAKING NEWS - SAD TO BE

Toen ik weer het terrein opkwam was Yolande in gesprek met een bruinverbrande man met een dikke bos grijs haar. Hij stond met zijn rug naar me toe, draaide zich om, knipogend: 'Mag ik?' Mag ik wat? Hij wou een partijtje met Yolande. Hij ging staan waar ik zo-even had gestaan.

De man droeg enkel een bermuda en zilverkleurige tennisschoenen. Hij had de air van een filmacteur. Aan zijn bovenlijf was gewerkt, de spieren waren behoorlijk strak voor iemand van zijn leeftijd. Hij speelde zuiver op techniek, liet de ballen lopen die niet zijn richting uitkwamen en stak regelmatig zijn duim omhoog. Ze wonnen elk een set.

Op mijn eYe checkte ik de profielen. Er stond veel volk binnen de near field perimeter maar ik vond zijn foto. Leeftijd: 58. Beroep: directeur aankoop. Bij de overige items: u hebt geen toegang tot deze gegevens. Ik scrolde verder op mijn eYe tot ik een zweetlucht gewaarwerd. Het uurtje zat erop. De man gaf me de tennisballen terug. 'Mogen wij jullie vanavond aan onze tafel uitnodigen?' vroeg hij.

 

De menukaart van het outdoor restaurant hield niet lang onze aandacht vast. De man had een leuke dame meegebracht: roodharig, welbespraakt en met de rondingen van een intense levensgenietster. 'Gaan jullie altijd in op uitnodigingen van vreemde mannen?' vroeg ze met een glimlach.

'Zo vreemd zijn we niet meer,' zei de man. 'We hebben vannamiddag samen calorieën verbrand. Als dat geen band schept. Wat doet u in het dagelijks leven?'

'Ik ben apothekeres.'

'Echt waar? Ik sta aan het hoofd van een farmaceutische aankoopcentrale.' Hij richtte zich volledig tot Yolande met een uiteenzetting over delivery insurance en volgtechnologie. Het was in een jargon dat alleen ingewijden zouden begrijpen. Zijn borstelige, schuin aflopende wenkbrauwen leken hem af te schermen tegen de blikken van onbevoegden.

Ik voelde een tikje tegen de tip van mijn schoenen: de roodharige. 'Op uw profiel zag ik dat u statisticus bent.' Ze had nog steeds haar glimlach op. Hier zaten we. Zacht avondlicht, pittige zeevruchten, vier eters. Nog twee gerechten te gaan.

'Wilt u niet weten wat ik in het leven doe?'

Mijn knikje volstond. Haar bruisende habitat kwam op tafel, de wereld van wellness en lichaamscultuur, haar vrije opvoeding, de lange stoet mannen in haar leven. Haar huidige man had ze leren kennen tijdens een promotiereisje in een naturismekamp. Een glas wijn later had ze het onverholen over zijn seksprestaties.

'Hij wordt geiler met de jaren.'

'Lieveling, alsjeblieft,' zei haar man zonder zijn uiteenzetting te onderbreken. Met Yolande leek hij nog lang niet uitgepraat.

'Op vakanties als deze komt zijn appetijt boven,' zei de vrouw. 'Dan moet ik alleen maar voor een snuifje peper en zout zorgen.'

De man nam de kans te baat om het gesprek op wijn, nouvelle cuisine en beroemde chef-koks te brengen. Hij leek af te tasten waar Yolandes interesses lagen. Zijn vrouw bleef oogcontact met mij zoeken. Wat wilde ze? Partnerruil?

Ostentatief legde ik mijn hand om Yolandes schouder. 'Smaakt het, lieveling?' Yolande verroerde niet. Ze had haar bord al leeg. Hoe deed ze dat zo snel? De vrouw boog zich opnieuw naar me toe en maakte me deelgenoot van haar plannen. Ze zou een patent nemen op een mobiele wellness light en die introduceren bij die vele bed & breakfasts die op hun retour waren.

'Goed voor zowel hun als mijn business. En goed voor hun relatie. Met wellness zie je alles in zijn opperste eenvoud. Hoe meer kleren, hoe meer complicaties. Ik grijp elk excuus aan om mensen in hun blootje te zetten.'

Terwijl we op het dessert wachtten, liet ze op haar eYe enkele foto's zien. Behalve de jacuzzi en het stoombad was ook zijzelf te bewonderen, in volle glorie. Tepels, vagina en billen van onuitwisbare proporties.

'Mag ik vragen hoe oud u bent?' Dat vroeg ze zomaar.

'Zevenendertig.'

'Ik ben er dit jaar vijftig geworden.' Die foto's en nu haar leeftijd, dit was hengelen naar een complimentje. Ik deed mijn best om zo achteloos mogelijk te kijken. Op mijn wang voelde ik de laserstraal van Yolandes blik.

De man schudde geamuseerd zijn hoofd. 'Sommige mensen vinden ons een choquant koppel maar dat is hun probleem. Mijn vrouw heeft ideeën. Ze weet mensen rond haar vingers te winden. Ik kan het hebben, meer nog, ik zou het niet anders willen. Het houdt mij alert.'

'Werkt u van thuis uit?' vroeg Yolande. 'Of ik nu in mijn chalet zit of bij hem of onderweg, ik voel me overal thuis. Het gaat om de flow. Ik voel me zo vrij als een vogel.'

De vrouw ontvouwde verder haar businessplan maar wendde zich nu helemaal tot Yolande. De man schonk zichzelf nog een glas wijn in. Zijn kaken maakten krachtige kauwbewegingen. Volgens de norm zou ik nu met hem moeten praten. Ik sloeg mijn ogen neer en lepelde de sorbet op. De koude verlamde mijn mond. Het duurde lange minuten voor ik opnieuw kon articuleren. Toen ik opstond had ik de perfecte afscheidsformule klaar.

'Meneer en mevrouw, het was mij hoogst aangenaam. Yolande, maken we nog ons wandelingetje?'

Ze schonk een half glas spuitwater in en keek me zoeterig aan.

'Natuurlijk, Anton.'

Maar ze bleef zitten. Het gaf het gezelschap de kans voornemens te maken voor latere ontmoetingen. Adressen en e-mails werden uitgewisseld. Waar hebben we anders een eYe voor? Het duurde maar. Ik boog me over de leuning van de stoel zodat ik niet opnieuw neer hoefde te zitten. Toen Yolande uiteindelijk opstond aanvaardde ze de sigaret die de man haar aanbood. De vrouw kuste ons allebei vol op de mond.

Op het zandpad overviel ons een zoutige stilte. Ik probeerde in Yolandes tred te blijven maar ze slenterde zo traag dat ik voortdurend voor haar uit liep. Zij zo traag of ik te ongedurig? Bij de vuurtoren zat een kerel met een brakke stem van op zijn motorfiets in een eYe te blaffen.

'Het is de eerste keer dat ik je zie roken,' zei ik.

Ze schudde het hoofd.

'Hou op, janker,' brulde de motorman. Ik schrok alsof hij het tegen mij had. Yolande wou terug naar de bungalow. Ik deed mijn best achter haar te blijven. Ik zocht iets om over te keuvelen, iets lichtvoetigs. Het was een avond waarop het niet donker zou worden, een blekig blauw dat de nacht voor zich uitduwde. Aan alle kanten klonk muziek, het riedeltje van een eYe, een tv uit een open raam, en verder weg de basdreunen, de aanloop naar de onontkoombare party.

 

Yolande lag naakt op het bed met haar hoofd tussen twee kussens. Ik strekte mij naast haar uit. De transpiratie van een hele dag zon steeg uit haar lichaam op. Het mengde zich met de geur van zeewier en mosselschelpen die in de bungalow hing. Ik voelde me te verhit om rustig neer te liggen. Het was al bij al nog vroeg. Ik zette de airco op maar ze protesteerde.

'Dat ding, Anton... Ik wil geen verkoudheid. Ga jij je eerst douchen?'

Ik spoelde me af. Met mijn reeds verzadigde handdoek kreeg ik me nauwelijks drooggewreven. Ik gebruikte dan maar die van haar. Toen was het haar beurt om zich te douchen. Ik doezelde weg. Ik hoorde haar op zeker ogenblik rommelen aan het voeteneinde. Nachtgeluiden drongen door de snelbouwmuurtjes, de uitgelaten kreten van pubers, de kicks, de shaken not stirreds. Ik had een kanjer van een erectie maar ze lag nog steeds niet naast me in bed.

'Yolande, wat is er?'

Ze was niet in de kamer, ook niet in de badkamer. De buitendeur stond op een kier. Ze had de sleutel meegenomen. Ik trok mijn short aan en liep rond de bungalow. Vanuit een andere bungalow maakten pubers aanstalten om te vertrekken. Nachtzwemmers, of strandfuivers.   

Ik bleef een tijdlang in de deuropening staan tot ik me weer op het bed liet vallen. Waar was Yolande? Wat had ik verkeerd gedaan? Haar reistas stond naast de mijne op de grond. Door mijn hoofd zoefden de tennisballen van deze namiddag. En ook het koppel waarmee we gegeten hadden, hun lachjes, hun geluidjes.

Ik checkte mijn eYe voor het nieuws van de dag. Net zoals de vorige dagen was SAD op alle netwerken het meest populaire onderwerp, Severe Acute Dehydration. Ik associeerde het met afgelegen eilanden waar de ziekte een flinke poos geleden voor ravage had gezorgd. Slachtoffers waren toen gestikt door een plotse stolling van de slijmvliezen. Daarna was het er stil rond geworden. Maar nu bleek het virus opnieuw ontwaakt. In een buurland waren meerdere infectiehaarden vastgesteld. Het leidde tot paniekgolven. Zij die voor de ziekte op de vlucht gingen voerden ze in hun midden mee. SAD was vanaf vandaag officieel een pandemie.

Ik wist dat ons Onderzoeksbureau op dergelijke onheilstijdingen doorgaans laconiek reageerde. Als het om het bestrijden van epidemieën ging kwam je met hygiënische maatregelen en beperkingen inzake mobiliteit al een heel eind. Voor een uitdaging als deze draaiden wij onze hand niet om. Problemen voor anderen zijn goed voor ons, zoals Koster altijd zei.

Yolande bleef weg.

Tegen middernacht kleedde ik me aan. Ik plaatste mijn reistas in de deuropening om te voorkomen dat ik mezelf zou buitensluiten. Ik liep in de richting waar het muziekgeluid vandaan kwam. De luidsprekers hoorden bij een strandbuvette. De uitbater was in een game verdiept. Verder was er niemand te zien. De andere gelegenheden voor nachtelijk vermaak bevonden zich in het hotel zelf. Ik checkte de bar, de dansruimte, de terrasgedeelten rond het zwembad. Het was druk. Veel mensen stonden in donkere hoekjes met elkaar te praten. Ik checkte alles nog een tweede keer, zonder resultaat. Kon de tennisclub op dit uur nog open zijn? Dat was een flink eind stappen. Ik zou me maar belachelijk maken.

In de bungalow zette ik opnieuw de airco op. Als er in deze ruimte een kwade wolk hing kon die zich nu verspreiden. Ik mocht niet losbarsten wanneer Yolande binnenkwam. Het was aan haar om het uit te leggen. De zaak op de spits drijven leek me het slechtste wat ik kon doen.

Ik werd wakker met hoofdpijn en een volle blaas. Om frisse lucht te krijgen ging ik buiten plassen. Het urinestroompje trok meteen de muggen aan. Ik liep naar de waterlijn. Het zeewater voelde slijmig aan de voeten. Uit het ochtendlicht kon ik geen uur afleiden. Op het strand verscheen een jogger. Het was de man met wie Yolande getennist had. Met een slakkengang kwam hij mijn kant op. Hij hield even in en knikte met een glimlachje. Om het restant van een golf te ontwijken maakte hij een paar zijwaartse passen en vervolgde daarna zijn weg. Hij was al tien meter verder toen hij zich omdraaide.

'Nog een prettige dag.'

Ik liep terug naar de bungalow. De deur was dichtgewaaid. Ik klopte op het raam en de buitenmuren. Ik sprong hoog om op het ruitje van de badkamer te tikken.

'Yolande, ben je daar?' Ik was er zeker van dat ik mijn reistas in de deuropening had geplaatst. Die kon niet vanzelf verdwenen zijn.

'Yolande, laat me binnen.'

Ik hoorde niets.

De ochtendkilte dwong me in beweging te blijven. Als een snelwandelaar stapte ik het strand een aantal keren in de lengte af. Een tros meeuwen bleef me volgen, ook toen ik ze met een natte tak probeerde te verjagen.

Ik kende Yolande als ordelijk en berekenbaar. Tegelijk was ze zo gesloten als een weckpot. Zou ik haar ooit begrijpen? Begreep ik überhaupt iets van vrouwen?

Door het mulle zand sleepte ik me naar het ontwakende resort. Een klok in het achterland liet vermoeden dat het zeven uur was.

In mijn boxershort schoof ik aan voor het ontbijtbuffet. Ik was de eerste klant van de dag. De leerjongens hadden de tafels nog niet schoongeveegd. Een vrouw rolde een wagentje vol broden naar de keuken. De clip op een groot ledscherm trok mijn aandacht. Het toonde een rapper die met een lasso van op een quad vrouwen ving. Intussen klonk vanuit een geluidsbox een nostalgisch liedje dat met de clip niets te maken had.

Ik nam een vitaminedrankje, een belegd broodje, een cereal reep en een grote koffie. Het codenummer van mijn bungalow maakte aan de kassa geen indruk. 'Ik moet uw code scannen, of anders uw eYe.'

'Ik heb niets bij me. De deur is achter me dichtgewaaid.'

'Dan zult u moeten wachten. Ik wil eerst van de security een bevestiging krijgen dat er niemand is binnengedrongen.'

Toen ik zonder ontbijt naar mijn vaste tafel liep, zat Yolande er.

'Ik wil naar huis, Anton,' zei ze.

 

 

 

De roman Lichaamsvreemd (ISBN 9789462420700) is verkrijgbaar in elke boekhandel of anders rechtstreeks bij uitgeverij Kramat.


© Ignace Pollet 2022
Contact
JeeWee ontwerp