De baai vormde een natuurlijk amfitheater. Zowel links als rechts botste de golfslag tegen de kliffen op. Wat een toevallige wandelaar opving was de echo hiervan. Duinen en paviljoenen hielden het geluid een paar tellen vast voor de wind het meevoerde.
De wandelaar die voor me liep, had met toeval weinig op. Van zodra ik het strand betrad, draaide hij zich om en wenkte mij. Zijn kamerjas wapperde. Hij droeg geen sokken. Wie bovenaan de sociale ladder staat, hoeft zich van dresscode niets aan te trekken.
'Heeft u het niet te koud, voorzitter,' vroeg ik.
'Aan klagers heeft deze tijd geen boodschap, secretaris. Wij moeten het voorbeeld geven. Vertel mij, waarom zie ik alleen nog maar grijs en rimpels op het strand, als ik überhaupt al iemand zie?'
'De geboortestop, voorzitter. Die laat zich stilaan voelen.'
'Zo snel al? Hoe kan dit?'
'Het was op uw bevel, voorzitter. U wou de jongste zijn.'
'Ook geen jonge vrouwen? Onder het poetspersoneel bevinden zich bevallige dames. Ik kijk ze soms na van achter mijn raam, hoe ze na de dagtaak naar hun auto stappen. Maar, toegegeven, ook zij zijn al op leeftijd.'
'U heeft de klok laten stilzetten. Het zou altijd 1964 blijven.'
'Daar waren goede redenen voor. Het jaar voordien bevroor de zee, en eerder waren er de overstromingen. Alles duidde erop dat er een nieuwe ijstijd zat aan te komen. Iemand moest iets doen.'
Hij bleef staan, zijn manier om het belang van wat hij zei te onderstrepen. Rustig naar de zee turen was geen optie in dit windgat. Wat moest ik antwoorden om een voorspelbare discussie te vermijden? Ik kon best warm en koud tegelijk blazen.
'Het zal de geschiedenis ingaan als een moedige maatregel, voorzitter. Maar misschien hadden we een kleine cohorte jongeren kunnen overhouden.'
'Misschien. Maar ik denk nu eenmaal in grotere gehelen. Er was de bevolkingsexplosie, de uitputting van de grond, de afvalberg... Iemand moest iets doen, wilden we niet met zijn allen ten onder gaan.'
'U heeft gelijk, voorzitter. Zou het kunnen dat uw bevel verkeerd begrepen werd? Er zijn geen vrouwen op vruchtbare leeftijd meer.'
We liepen verder, allebei in gedachten verzonken. Waarom had hij er het jaar 1964 uitgekozen? Straaljagers tegen staalblauwe luchten. Wereldrecords op donkere pistes. Jonge naties vol idealisme. Vrouwen met zandlopersilhouet. Hardbop op FM radio. Beter zou het nooit worden.
Opnieuw bleef hij staan. Met veel gekrijs streek een vogelzwerm neer op de duinenrug.
'Kijk eens, hoe mooi.'
'Paartijd, voorzitter, de natuur weet het.'
'De natuur maakt voortdurend grote schoonmaak. Enkel de mens bevuilt het eigen nest. We zullen het moeten oplossen, secretaris.'
'Hoe bedoelt u?'
'Zijn er echt geen bruikbare baarmoeders meer?'
'Ze zijn alle boven de vijftig. Dan wordt het moeilijk.'
'In deze tijd van wetenschap en techniek? We moeten de kansen grijpen die er zijn. Zoek bereidwillige vrouwen en laat de mannen hun beste beentje voorzetten.'
Wie had hij voor ogen? Service-clubs, bevolkt door dappere senioren? Het verplegend personeel? Als ooit het Roemenië van Ceausescu erin geslaagd was de sputterende nataliteit weer op te krikken, dan moest onze voorzitter dat ook kunnen.
'Ik zal een oproep doen, voorzitter, maar deze aanpak is al eerder uitgeprobeerd. Zonder resultaat.'
'Probeer dan iets anders. Had je geen eicellen laten invriezen?'
'Mijn voorganger zal daaraan niet gedacht hebben. Dat was toen niet zo gebruikelijk.'
Hij versnelde de pas. Een tijdlang liep ik half naast hem, half achter hem. Hij stopte abrupt.
'Zouden we geen kruising met een aap overwegen? Ooit heb je mij verteld dat de natuur zich aanpast aan de omstandigheden.'
'Zo'n kruising, voorzitter, lukt maar eens om de tienduizend jaar en dan ben ik nog optimistisch. De genen moeten zich als mutanten gedragen, wat allerminst te voorspellen is. De neanderthaler was een succesverhaal, maar toch heeft ook hij het niet overleefd.'
Een discussie over het Lebensbornproject van de Nazi's wou ik vermijden, maar hij dacht alweer verder.
'Levensverlenging?'
'Hoe bedoelt u?'
'Als wij blijven leven, houden we de mensheid in stand. Strikt genomen zijn wij nog jonge veulens. Het is het geheim van een kleine bevolking: er is plaats genoeg voor iedereen. Levensruimte. We verouderen niet. Toch goed dat ik die maatregel genomen heb.'
'Zeker, voorzitter. Het was een vooruitziende zet.'
'De computers zijn ons bespaard, artificiële intelligentie, gedekoloniseerde volkeren die genoegdoening willen... Ik zag het aankomen. Dat kon ik onze burgers niet aandoen. Een goed democraat moet altijd ook een goed demograaf zijn.'
'U had het beste met ons voor.'
We stonden nu op het uiterste puntje van een golfbreker. Het zoute water trok witte sporen over mijn schoenen. Maar de voorzitter leek het niet te deren.
'Als we nu op zoek gingen naar ander leven? Misschien hebben we in 1964 in onze ijver een eiland vergeten en zit daar een of andere stam te vegeteren. Een eiland dat toen nog niet op de kaart stond.'
Een vergeten atol, gevangen in de oertijd. Het is de droom van elke veroveraar. De mannen doden, de vrouwen ontvoeren. Ook het oude Rome draaide voor een maagdenroof meer of minder de hand niet om.
'We geraken hier niet weg, voorzitter. U heeft alle schepen laten vernietigen.'
'Kunnen we geen vlot bouwen?'
'We hebben al het beschikbare hout nodig voor verwarming. Een vlot zit er niet in.'
Hij keek mij lang aan om te zien of ik het meende. Voor het eerst speelde er vertwijfeling in zijn ogen.
'Hoe moet dat dan met onze mensen?'
De koude wind smeet flarden zeewater op ons. Ik verlangde naar een kop koffie. En ik wou mijn e-mails checken, maar dan buiten het zicht van de voorzitter. Tot mijn vreugde zag ik Manon onze richting uitkomen. Bij het begin van de golfbreker bleef ze staan.
'Daar zijn jullie,' zei ze. 'We maakten ons zorgen. Dit is toch geen weer voor een wandeling?'
'De voorzitter drong erop aan,' zei ik.
'Dan heeft de voorzitter zijn portie frisse lucht voor vandaag alweer gehad. Willen de heren mij nu volgen?'
'Natuurlijk,' zei de voorzitter.
We ploegden achter haar aan. De wind speelde in Manons witte schort. Het liet wilskrachtige kuiten zien en een glimp van gevulde dijen.
'Is zij nieuw, hier?' vroeg de voorzitter.
'Dit is Manon. Ze is hier toch al een poos.'
'Vraag jij het haar?'
'Wat moet ik vragen?'
'Of we haar mogen bevruchten. We zouden hier best niet te lang mee wachten.'